12 maart 2026

SGP bezorgd over steeds dominantere voorkeurspositie islam

Veel moslims houden zich aan strikte voorschriften. Ramadan en iftar zijn voor hen belangrijke islamitische rituelen. Dat is niet nieuw. Wat wel nieuw is, is dat steeds meer Nederlandse politici en bestuurders eraan meedoen, met als nieuw dieptepunt: een iftarschorsing in de Tweede Kamer.

De Telegraaf publiceerde dit opiniestuk van Diederik van Dijk en André Flach op 12 maart 2026. De beide SGP-Kamerleden plaatsen een duidelijke oproep aan politiek- en bestuurlijk Nederland: laat je voeden vanuit onze eigen joods-christelijke traditie en ga vooral niet over tot islamitische kost!

Een islamitische iftar is niet zomaar een gezellig etentje. Het is een religieus moment waarbij Allah wordt aanbeden en moslims het vasten verbreken; een dagelijks terugkerend ritueel tijdens de ramadan. Omdat er bij de iftar een gebed tot Allah moet worden uitgesproken, is er bijna altijd een imam bij. Vaak bidt hij de Shahada: een Arabische tekst die verre van onschuldig is. De Nederlandse vertaling: “Ik getuig dat er geen god is die aanbeden mag worden, behalve Allah en ik getuig dat Mohammed Zijn profeet is.”

Dat politici en bestuurders in groten getale aanwezig zijn bij iftar-vieringen, lijkt op het eerste gezicht misschien sympathiek. En we begrijpen de bedoeling: verbinding leggen met alle groepen in de samenleving. Een belangrijke taak voor bestuurders. Maar één ding wordt daarbij vergeten: Nederland kent een joods-christelijke traditie en de religie waarvoor zij de rode loper uitrollen, is in zichzelf anti-Joods en antichristelijk. Het is daarom op z’n minst bedenkelijk te noemen om onder het mom van inclusie iftars bij te wonen waar uitsluiting gepredikt wordt.

Helaas blijft het hier niet bij. Veel overheden in Nederland gaan een grote stap verder. Ze organiseren of subsidiëren zelf iftars. Op kosten van de belastingbetaler krijgen imams zo de kans om bij gemeenten, ministeries of de Nationale Politie de boodschap te verspreiden dat er behalve Allah geen enkele god aanbeden mag worden. Omgekeerd moeten wij de eerste dominee nog tegenkomen die in gebed mag voorgaan bij de Kerstborrel van het ministerie of bij het Paasontbijt in een gemeentehuis. Sterker nog: de termen Kerstborrel en Paasontbijt zijn vaak allang afgeschaft. Dit is meten met twee maten, en het staat haaks op de neutraliteit die onze overheid zegt voor te staan.

Een nieuw dieptepunt zagen we afgelopen maandag in ons parlement toen DENK-Kamerlid Ergin steun kreeg voor zijn iftarschorsing. Natuurlijk moeten we respectvol met elkaar omgaan. Maar dat de islam een steeds dominantere voorrangspositie inneemt in de Nederlandse samenleving en zelfs in ons parlement, is problematisch. De ramadan en de iftar mogen verplichte rituelen zijn binnen de islam, maar zijn dat niet binnen het Nederlandse parlement. Hooguit in dat van Marokko, Turkije of andere islamitische landen die een parlement hebben. Waarbij het overigens maar zeer de vraag is welke ruimte een christen omgekeerd in zo’n parlement zou krijgen.

En daarmee komen we tot de kern. In Nederland zien we twee ontwikkelingen.

  1. De islam krijgt een steeds dominantere voorrangspositie. 
  2. Het christendom wordt steeds meer naar de achtergrond geduwd, terwijl Nederland juist christelijke wortels heeft.

De SGP staat voor geloofsvrijheid, maar is tegen een voorkeursbehandeling van de islam. Wie zijn eigen geschiedenis en wortels afsnijdt om ruimte te maken voor een andere religie of ideologie, ontwortelt zichzelf en biedt uiteindelijk niemand meer grond om op te staan. Onze oproep aan politiek- en bestuurlijk Nederland is daarom duidelijk: laat je voeden vanuit onze eigen joods-christelijke traditie en ga vooral niet over tot islamitische kost!