9 maart 2026
Ruimte voor iedereen
De Tweede Kamer debatteerde op maandag 9 maart met minister Boekholt-O'Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) over de invulling van de ruimte in Nederland. SGP'er Van Dijk verving zijn collega Flach bij dit Notaoverleg. De bijdrage van Diederik van Dijk is hieronder te lezen.
Vandaag spreken we over de Ontwerpnota Ruimte. Ik las hierin een mooie geschiedschrijving over de ontwikkelingen in dit domein in het verleden. ‘Het zijn de decennia van het maakbaarheidsdenken’, las ik. Dat denken is nog niet verdwenen. Ook de Nota die voor ligt gaat in zekere zin uit van een maakbare wereld. Zeker, het is goed en nodig om een visie op de ruimtelijke ordening van Nederland te hebben. Wat de SGP betreft blijven we echter ook nuchter: Nederland laat zich niet fotoshoppen of met GROK bewerken en de toekomst is onzeker.
Defensie | Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
Eén van de thema’s waar voortdurend ingespeeld moet worden op ontwikkelingen is Defensie. Vanuit een eerdere rol weet de minister alles van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. De voorliggende Nota onderstreept gelukkig de noodzaak om voldoende ruimte te creëren voor een stevige krijgsmacht.
Het komt nu vooral aan op de uitvoering. Ik roep de minister op om hier samen met haar collega’s van Defensie vaart achter te zetten.
Beschikbare ruimte
Al lezend door alle ambities en plannen dacht ik wel: hoe gaat dit allemaal passen? Tot 2050 moeten er 1,65 miljoen woningen bijkomen. Dat is meer dan Gelderland en Utrecht bij elkaar. De economie vraagt om extra ruimte, bijvoorbeeld voor transport en vitale winkelgebieden. Alle ambities tellen volgens mij op tot een gebied dat groter is dan Nederland. En dus gaan er ook ambities sneuvelen, is onze zorg. Hoe ziet de minister dit?
Waar de SGP zich ook zorgen over maakt is de ruimte voor landbouw. Die ruimte is essentieel voor onze voedselvoorziening; en voedselzekerheid is een belangrijke geopolitieke troef. Wordt dit erkend? Tot een paar maanden geleden hoorde ik bijvoorbeeld de wens om nieuwe steden te bouwen. Los van de onwenselijkheid daarvan, zou dat dus leiden tot een forse afname voor de ruimte voor onze voedselvoorziening. Sluit bij woningbouw gewoon aan bij bestaande dorpen en steden, is mijn oproep.
Dubbel ruimtegebruik
Dubbel ruimtegebruik is essentieel. Ruimte voor natuur kan bijvoorbeeld samengaan met ruimte voor recreatie. Maar er zijn meer kansen. Ik noem de combinatie tussen agrarische activiteiten en energie-opwekking. Agri-PV, voor de insiders. Dat biedt echt kansen voor zowel de landbouw als de opwek van energie. Er zijn nu echter nog geen duidelijke kaders voor. Voor gemeenten is het toetsen van vergunningen daardoor ingewikkeld. Voor agrariërs leidt de onduidelijkheid tot het uitstellen van beslissingen. Hoe kan de minister dit soort obstakels oplossen en de randvoorwaarden verbeteren?
Uitvoering
De uitvoering van de Nota Ruimte vraagt om de juiste prioriteiten. Veel zaken vragen al op heel korte termijn aandacht: netcongestie, ruimte voor Defensie, woningbouw. Zeker zaken als netcongestie zijn voorwaardelijk aan het succes van de Nota Ruimte. De sector oppert om een energietoets in te voeren, zodat vooraf duidelijk is of ontwikkelingen mogelijk zijn binnen de beschikbare netcapaciteit. Hoe kijkt de minister daarnaar?
Er zijn voorbeelden genoeg waarbij ruimtelijke plannen stukliepen op de afwezigheid van energie-infrastructuur. Rond het IJsselmeer, zoals in Kampen, is er de wil om de havengebieden te versterken. Een verbreding van de sluis bij Kornwerderzand is daar echter cruciaal voor. In de Ontwerp-Nota komen dit soort zaken maar heel summier aan bod. Hoe worden deze randvoorwaarden beter meegenomen in de definitieve Nota?
Lokale autonomie
De Nota Ruimte vraagt veel van het Rijk, maar zeker ook van medeoverheden, zoals gemeenten. Dit geeft uitdagingen. Regie van het Rijk is nodig, maar tegelijk moet de lokale autonomie fier overeind blijven. Kan de minister schetsen hoe met dat spanningsveld wordt omgegaan? Gemeenten moeten allerlei keuzes gaan maken, die deels ook gemeente- of zelfs regio-overstijgend zijn. Welke middelen en sturingsinstrumenten zijn daarvoor beschikbaar? Is hierin nog niet een stevige slag te slaan?
Regio’s
Het adagium ‘Elke regio telt’ zit goed verankerd in de Ontwerpnota Ruimte. Het komt echter wel op de uitvoering aan. Juist buiten de Randstad liggen volop kansen. Waarbij geldt dat een nationale mal veelal niet past. Hoe wordt de kracht van de regio’s versterkt én gebruikt, met respect voor de kenmerken van de regio’s? De regio’s zijn nu ingedeeld in vijf categorieën, waarin bijvoorbeeld gebieden versterkt of juist gestimuleerd worden. De praktische invulling van deze indeling moet nog worden uitgewerkt. Maar die is wel heel relevant.
- Welke instrumenten gaat het kabinet inzetten, welk tijdpad wordt gehanteerd, welke investeringen kunnen regio’s tegemoetzien?
- Kan de minister hier al duidelijkheid over scheppen?
Elke regio telt, maar elke regio is ook anders en heeft andere behoeften. Zo hebben New Towns, gemeenten die in de jaren ’70 en ’80 hard groeiden, hele specifieke uitdagingen. Kleine kernen en dorpen vragen weer een heel andere aanpak, bijvoorbeeld als het gaat om woningbouw. Wat verstaat de minister precies onder ‘kleine kernen’ en is de minister het eens dat juist voor deze categorie een extra stap nodig is?
Wandelroutes
Tot slot benadruk ik de noodzaak van wandelen. Een thema dat wellicht niet voor de hand ligt, maar wel heel belangrijk is. Goed voor de volksgezondheid, goed voor het welzijn van iedereen. Ook daarvoor is het nu het moment om keuzes te maken. Wat de SGP betreft komt er in de definitieve Nota Ruimte een stevige inzet voor bijvoorbeeld goede wandelpaden, voor goede wandelvoorzieningen. Zeker, in de Ontwerpnota staan ambities, maar heel concreet wordt het op dit punt niet. Terwijl er zoveel kansen liggen en de positieve gevolgen groot zijn. Op dit moment wordt al heel veel gedaan door vrijwilligers en private organisaties. Het Rijk kan daarin ondersteunen en stimuleren. Is de minister bereidt deze handschoen, in samenwerking met betrokken organisaties, op te pakken?