21 juli 2026
Kamervragen over de positie van alleenverdieners met een uitkering
Tweede Kamerleden André Flach (SGP) en Mariëtte Patijn (PRO) stellen schriftelijke Kamervragen aan minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie over de positie van alleenverdieners met een uitkering bij het extra bedrag aan kinderbijslag (AKW+. Lees de Kamervragen van SGP en PRO hieronder.
- Bent u bekend met de uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep van 28 juni 2023 over de uitleg van het begrip arbeidsinkomen voor de toepassing van de AKW+ en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 april 2025 over de toepassing van de inkomenseis bij paren waarvan één van de partners volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is?
- Wat vindt u van het feit dat ouders als gevolg van de uitspraak uit 2023 onverwacht geconfronteerd werden met het wegvallen van een aanzienlijk bedrag aan extra kinderbijslag?
- Hoe beoordeelt u de inconsistentie dat partners met een uitkering als gevolg van de uitspraak uit 2023 in beginsel geen recht meer hebben op AKW+, terwijl alleenstaande ouders met een uitkering dat recht behouden, en dat de Centrale Raad van Beroep voor bepaalde IVA-gevallen inmiddels een uitzondering noodzakelijk heeft geacht? Welke consequenties verbindt u hieraan?
- Wat was de exacte uitvoeringspraktijk tot aan de genoemde rechterlijke uitspraken ten aanzien van uitkering van AKW+ aan alleenverdieners met een bijstands-, WIA-, WW- of Wajong-uitkering? Welke wijzigingen in de uitvoeringspraktijk hebben plaatsgevonden naar aanleiding van genoemde uitspraken, en per wanneer zijn deze ingegaan? Aan welke ouders keert de SVB de AKW+ momenteel wel uit en aan welke niet?
- Wat was de betrokkenheid van het ministerie bij de wijzigingen in de uitvoeringspraktijk, en wie heeft hieraan goedkeuring verleend?
- Klopt het dat de gevolgen van de uitspraak uit 2025 in de uitvoering vooralsnog worden beperkt tot situaties waarin sprake is van een IVA-uitkering en dat SVB op haar website aangeeft dat IVA-uitkeringsgerechtigden recht hebben op AKW+ en dat dat niet geldt voor WGA-uitkeringsgerechtigden? Zo ja, kunt u uitleggen waarom hiervoor is gekozen?
- Acht u een onderscheid tussen IVA- en WGA-gerechtigden gerechtvaardigd indien de feitelijke gezins- en zorgsituatie vergelijkbaar is? Zo ja, op welke juridische gronden? Zo nee, welke consequenties verbindt u daaraan?
- Onderschrijft u dat de Centrale Raad van Beroep zijn oordeel mede heeft gebaseerd op de feitelijke gezins- en zorgsituatie en niet uitsluitend op de omstandigheid dat betrokkene een IVA-uitkering ontving? Zo nee, waarom niet?
- Deelt u het standpunt dat op basis van deze uitspraak niet de conclusie kan worden getrokken dat uitsluitend IVA-uitkeringsgerechtigden aanspraak moeten kunnen maken op AKW+? Zo ja, bent u bereid de uitvoeringspraktijk hierop aan te passen?
- Deelt u de mening dat ouders die ervoor kiezen of genoodzaakt zijn de zorg voor een kind met een intensieve zorgvraag grotendeels zelf op zich te nemen, daarvoor niet financieel benadeeld zouden moeten worden? En hoe beoordeelt u het feit dat gezinnen die ervoor kiezen of genoodzaakt zijn de intensieve zorg zelf te organiseren hierdoor juist financieel worden benadeeld?
- Deelt u de opvatting dat het voor de draagkracht van een gezin weinig verschil maakt of het inkomen afkomstig is uit arbeid of uit een socialezekerheidsuitkering, wanneer dat inkomen het gezinsinkomen vormt en de andere ouder vanwege de intensieve zorg voor een kind geen betaalde arbeid verricht?
- Erkent u dat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 2025 laat zien dat de arbeidsinkomenseis in bepaalde gevallen op gespannen voet kan komen te staan met het doel van de regeling om gezinnen met een zorgintensief kind te ondersteunen? Welke conclusies verbindt u daaraan?
- Deelt u de mening dat de regeling ten aanzien van AKW+ primair zou moeten aansluiten bij de zorgbehoefte van het kind en de feitelijke draagkracht van het gezin? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid te bezien of de wetgeving op dit punt aanpassing behoeft?
- Kunt u per categorie aangeven hoeveel huishoudens als gevolg van genoemde uitspraken 1) het recht op AKW+ verloren, 2) voor een aanvraag zijn afgewezen of 3) alsnog AKW+ kregen toegekend? Kunt u daarbij onderscheid maken tussen alleenverdieners en overige huishoudens?
- Wat zijn de verwachte budgettaire effecten van eventuele uitbreiding van de doelgroep van AKW+ naar andere uitkeringsgerechtigden, uitgesplitst naar WIA, WW, Wajong en Participatiewet?
- Klopt het dat naar aanleiding van deze uitspraken een verkenning plaatsvindt naar de gevolgen voor de uitvoering en de doelgroep van de regeling en dat die verkenning al geruime tijd loopt? Wat is de stand van zaken van deze verkenning en bent u bereid de Kamer hierover op korte termijn te informeren, met als doel duidelijkheid te bieden aan deze ouders?
- Nu de Centrale Raad van Beroep in zijn beoordeling uitdrukkelijk betekenis heeft toegekend aan de feitelijke gezins- en zorgsituatie, bent u bereid expliciet te onderzoeken of ook andere alleenverdienersgezinnen, waaronder alleenverdieners met een WGA-uitkering, in een vergelijkbare feitelijke positie ten onrechte van AKW+ zijn uitgesloten? Zo nee, waarom niet?
- Wordt in de lopende verkenning expliciet onderzocht of de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ook gevolgen heeft voor andere uitkeringsgerechtigden die zich in een vergelijkbare feitelijke situatie bevinden? Zo nee, waarom niet?
- Bent u bereid daarbij ook in te gaan op de gevolgen voor de rechtsgelijkheid tussen verschillende groepen alleenverdieners en de mogelijke noodzaak van aanpassing van wet- en regelgeving? Zo nee, waarom niet?
- Wilt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?