25 juni 2026
Kamer debatteert over Hawija
Het rapport van de Commissie onderzoek wapeninzet Hawija was op donderdag 25 juni onderwerp van een plenair debat in de Tweede Kamer. Namens de SGP sprak Diederik van Dijk. Zijn bijdrage is hieronder te lezen.
Het is twee dagen voor Veteranendag dat de Kamer opnieuw spreekt over Hawija. Als volksvertegenwoordiger kan ik niet vaak genoeg benadrukken dat geen militair wordt opgeleid met het verlangen om levens te nemen. Toch is dat wat kan gebeuren wanneer onze mannen en vrouwen op uitzending gaan. De rechtmatigheid van de aanvallen op IS maakt het verlies van onschuldige burgers niet minder tragisch. Juist een land dat het verdedigen van de internationale rechtsorde als grondwettelijke taak beschouwt , moet bereid zijn om zijn eigen handelen aan de hoogste normen te toetsen. Transparantie en parlementaire verantwoording zijn daarbij essentieel. Tegelijkertijd vindt de SGP het belangrijk dat dit debat ook daadwerkelijk een afrondingsdebat is.
Allereerst is er brede consensus dat de verantwoordelijk bewindspersoon de Kamer pro-actiever had moeten informeren toen burgerslachtoffers vermoed konden worden. Daarnaast bestaat overeenstemming dat het laakbaar is dat de overvluchtbeelden de onderzoekscommissie niet hebben bereikt. Duidelijk is ook dat van kwade opzet vanuit de politieke leiding en ambtelijke top geen sprake was. Elf jaar na dato is het vooral belangrijk dat we lessen trekken voor de toekomst. Dat is van operationeel belang, maar voorkomt ook toekomstige spraakverwarring en onterecht wantrouwen.
- Ik hoor graag van de minister hoe Defensie werk maakt van betere informatiehuishouding en archivering.
- Hoe wordt de Kamer meegenomen in de voortgang en knelpunten?
- Hoe komt missiearchivering terug in de nota die maandag gepresenteerd wordt?
Bij materiële nevenschade, en zéker bij burgerslachtoffers is een tegemoetkoming passend. Óók als er sprake is van een legitiem aanvalsdoel, zoals de bommenfabriek in Hawija. Terecht spreken we over tegemoetkomingen, en niet van compensatie - want voor verlies van levens kán niet gecompenseerd worden. Het verdient lof dat de vorige minister naar Irak is gegaan om excuses aan te bieden en de gemeenschap een extra tegemoetkoming van 10 miljoen euro toe te zeggen. Dat is een belangrijk gebaar van erkenning en verantwoordelijkheid. Maar dat staat niet gelijk aan juridische aansprakelijkheid. Zelfs als lokale organisaties erin slagen om álle schade en slachtoffers in kaart te brengen, met de garantie dat voormalig IS-sympathisanten daarvan uitgesloten worden , blijft voor de vraag of individuele vergoedingen passen bij een rechtmatige militaire operatie. De SGP is hier niet van overtuigd, tenzij de rechter anders oordeelt.
Nog enkele vragen over de extra tegemoetkoming:
- Kan de minister aangeven hoe deze besteed gaat worden?
- Hoe zijn de wensen van de lokale gemeenschap hierin meegenomen?
- Ziet de minister aanleiding om alsnog, bijvoorbeeld via onze ambassadeur, in contact te treden met de Iraakse NGO Ashor om de overwegingen van het kabinet nader toe te lichten?
Een van de lessen uit Hawija is dat Nederland voor de beoordeling van doelen en risico’s tijdens missies sterk afhankelijk was van informatie van bondgenoten, met name de VS. Nu is het zo dat het kabinet de Europese inlichtingensamenwerking verder wil versterken, naar het model van ‘Five Eyes’.
- In het licht van toenemende dreigingen steunt de SGP dit idee, maar we horen graag van deze minister hoe het kabinet ervoor zorgt dat intensivering van deze samenwerking niet leidt tot nieuwe afhankelijkheden van partners, maar juist bijdraagt aan een sterkere Nederlandse informatiepositie en betere mogelijkheden om tijdens missies zelfstandig risico’s te beoordelen.
- Kan de minister ten slotte aangeven welke minimale eigen informatiepositie noodzakelijk is voordat Nederland besluit deel te nemen aan een internationale missie?
De Kamer zou natuurlijk kunnen uitspreken dat een eigen Nederlandse informatiepositie zwaarder moet wegen, maar het eerlijke verhaal is ook dat we bij internationale missies altijd afhankelijk zullen zijn van bondgenoten.