
26 maart 2025
Buizinig niet op gemeenten!
Uit alle hoeken van Nederland kwamen wethouders en burgemeesters naar de Kamer voor het commissiedebat over gemeentefinanciën. Zij maken zich terecht zorgen over de grote bezuinigingen die ook de inwoners van hun gemeente gaan raken. Het is geen technische discussie, het betekent gewoon concreet: minder geld voor jeugdhulp, de sluiting van het zwembad of verschraling van huishoudelijke hulp. Ook de bouw van starterswoningen of het aanpakken van problemen op het overvolle elektriciteitsnet lopen gevaar door deze bezuinigingen. De SGP wil dat er serieus en structureel extra geld gaat naar gemeenten in plaats van de verschraling van dit soort cruciale voorzieningen.
De bijdrage van SGP'er Flach aan het debat dat de Kamercommissie van Binnenlandse Zaken voerde met minister Uitermark is hieronder te lezen.
Vorig jaar viel in Amerika een tiener 120 meter naar beneden in een ravijn. Wonderlijk genoeg overleefde de jongen de val. Hij had slechts enkele schaafwonden. Volgens de brandweer had de jongen ongelooflijk veel geluk. Het lijkt erop dat dit geluksverhaal de bril is waarmee het kabinet tot nu toe naar het financiële ravijn van gemeenten keek: ‘Mochten gemeenten erin vallen, dan overleven ze dat wel, hooguit met wat financiële schrammen'. De SGP vindt die opstelling bijzonder zorgelijk. Natuurlijk storten veel gemeenten niet in een enkel jaar volledig in, maar de financiële problemen kunnen wel in korte tijd grote en langdurige maatschappelijke gevolgen hebben. Met dat risico mogen we niet spelen! Het ravijn is namelijk geen technisch probleem van overheden. Uiteindelijk is de burger de dupe: geen woning, een schimmelend schoollokaal en onbetaalbare zwemles…
Het kabinet slaagt er heel goed in gemeenten te verenigen. Soms benaderen groepen gemeenten de Kamer over specifieke belangen. Dan krijg je een bijvoorbeeld brief van de G4, de P10, de M50, de G40 of de K80. In dit geval is er een unaniem signaal van de G342. Alle gemeenten zijn verenigd in hun kritiek, van het platteland tot middelgrote gemeenten en grote steden. Hoe is het mogelijk dat dit signaal zo beperkt bij de coalitie binnenkomt?
Mijn gemeentehart treurt als ik zie hoe Rijk met gemeenten omgaat. In 2021 was daardoor al sprake van arbitrage, maar nu dreigt zelfs een rechtszaak. Het is meestal geen goed teken als de rechter zich met een relatie moet bemoeien. Een echte, structurele oplossing moet van de overheden zelf komen. Ziet de minister het als haar hoofdtaak om de negatieve dynamiek in de relatie te doorbreken? Is de inzet van de minister om gemeenten bij de Voorjaarsnota niet met een incidentele financiële kluit in het te sturen, maar om serieus perspectief te bieden?
De Rijksoverheid lijkt onvoldoende te beseffen dat de wettelijke taken van gemeenten ook een verantwoordelijkheid van het Rijk blijven. Gemeenten willen straks het Rijk gaan opvoeden met de methode: ‘wie niet horen wil, moet voelen’. Als het Rijk gemeenten onvoldoende steunt, steunen gemeenten het Rijk niet meer als het gaat om zorg en woningbouw. Vindt de minister het ook beter om in plaats van deze neerwaartse spiraal aan te sluiten bij de oproep van de Raad voor het openbaar bestuur om te werken aan een duidelijk kader voor taken en middelen? De handelwijze rond het bundelen van de specifieke uitkeringen laat heel duidelijk zien dat een meer doordachte en stabiele lijn echt nodig is.
Zolang er geen extra middelen komen, zouden in ieder geval alle geplande uitbreidingen van taken in 2025 en 2026 heroverwogen moeten worden. Alle beetjes helpen namelijk. De minister schrijft dat er uitvoerbaarheidstoetsen zijn gedaan, maar de Raad voor het openbaar bestuur merkte gisteren op dat deze toetsen zich nog niet bewezen hebben. Wil de minister Rijksbreed overwegen op welke terreinen gemeenten een pas op de plaats mogen maken?
De onderzoeken over het verdeelmodel leveren nog onvoldoende op. Intussen is de nood hoog bij randgemeenten en instellingsgemeenten. We kunnen deze gemeenten toch niet zomaar twee jaar laten wachten? Dat is een jaar langer dan gepland. Wil de minister een korte verkenning doen of het ingroeipad in 2026 meer recht kan doen aan deze gemeenten?
Ondanks mijn grote zorg eindig ik hoopvol. Vorige week zei de minister: “Wees gerust dat het kabinet uw grote zorgen heeft gehoord en dat het hele kabinet daarvan voldoende doordrongen is.” Met Thorbecke zeg ik nu: we wachten op uw daden!