18 juni 2026
Rechtvaardig en barmhartig handhavingsbeleid
De Tweede Kamer debatteerde op woensdag 18 juni over de wet handhaving sociale zekerheid. Lees hieronder de bijdrage van André Flach.
Een samenleving is gebaat bij eerlijkheid en vertrouwen. Daarbij heeft iedereen recht op een eerlijke behandeling door de overheid. Met oog voor de mens. Rechtvaardigheid en barmhartigheid, zeggen we dan met prachtige Bijbelse begrippen. De SGP neemt dat ook als uitgangspunt voor de Wet handhaving sociale zekerheid. Maar hoe ga je daar dan mee om? Want we weten ook dat niet iedereen te vertrouwen is. Sterker nog, voelen we niet allemaal soms de neiging naar onszelf toe te rekenen ten koste van de ander? Dat vraagt dus om realistisch handhavingsbeleid.
Aanleiding
Fraude met toeslagen door veelal Bulgaarse personen vormde in 2013 de opmaat voor de toeslagenaffaire. We hebben gezien waar dat uiteindelijk toe heeft geleid: vele gedupeerden en in honderden gevallen raakten ouders hun kinderen zelfs kwijt. Vreselijk! Een keihard restrictief beleid zonder oog voor de menselijke maat brengt mensen in doffe ellende. Tegelijk hebben we in de nasleep van deze affaire ook gezien dat je kunt doorslaan naar de andere kant: iedereen die zich slachtoffer noemt, krijgt 30.000 euro. Zeer terecht voor mensen die echt slachtoffer zijn van de harde overheidsaanpak, maar niet eerlijk in het geval van mensen die maar zeer beperkte schade hebben geleden. Dat doorslaan ligt ook op de loer als het gaat over de bredere handhaving op uitkeringen. Traumatische vrees voor herhaling van de toeslagenaffaire mag ons niet weerhouden een rechtvaardig en barmhartig handhavingsbeleid te voeren. Zo informeerde het kabinet de Kamer recent opnieuw over vermoedens van grootschalige fraude door Bulgaren.
Handhavingsbeleid
De beoordelend ambtenaar heeft de belangrijke taak af te wegen of sprake is van fraude of een vergissing. Op dit moment maakt onze wet geen onderscheid tussen fout of fraude, en dat is echt onwenselijk. Het is goed dat dit wetsvoorstel daar wat aan wil doen. Vertrouwen vormt daarvan de kern, en handhavers krijgen meer mogelijkheden en ruimte om een eigen afweging te maken en de menselijke maat vorm te geven. Die insteek waardeert de SGP. Het is ook niet meer dan logisch dat bestuursorganen de mogelijkheid krijgen af te zien van invorderingen of sancties als de overheid zelf fouten heeft gemaakt. Wel hebben wij nog een aantal vragen bij het wetsvoorstel. Bij de voorbereiding van dit debat ben ik ook teruggegaan naar het rapport van de parlementaire-enquêtecommissie Fraudebeleid en dienstverlening. De minister heeft zelf meegedacht over ieder woord dat in dat rapport op papier kwam te staan, als toenmalig commissielid. Terecht werd er toen op gewezen dat een eenduidige definitie voor ‘fraude’ ontbreekt en dat begrippen binnen het sociale zekerheidsstelsel moeten worden geharmoniseerd.
- Vindt dit toenmalig commissielid dit nog steeds een goed idee, en waarom is daar nu niet voor gekozen?
- Wil hij daar alsnog mee aan de slag gaan?
- En laat ik dan meteen ook een bredere vraag stellen: hoe zou het commissielid Aartsen eigenlijk naar deze wet van minister Aartsen gekeken hebben?
Uitvoering
Deze wet staat of valt met daadwerkelijke verandering in de handhavingspraktijk. Een wet aanpassen is één ding, maar daarmee is de uitvoeringspraktijk nog niet meteen anders. We hebben eerder bij de Belastingdienst gezien dat een bepaalde manier van handhaving ook in de cultuur van een overheidsorganisatie kan zitten. Welke uitdagingen en belemmeringen ziet het kabinet?
Alle gemeenten en andere overheidsorganisaties moeten hier invulling en uitvoering aan gaan geven. Hoe wil de minister de uniformiteit in de uitvoering gaan bevorderen? Graag een reflectie hierop.
Er komt een vergisrecht, maar ook die wordt niet nader gedefinieerd en geconcretiseerd. Daarmee wordt het dus een open norm, waardoor gemeenten en andere instanties daar zelf invulling aan gaan geven. Ziet de minister het risico hiervan, en hoe wordt dat risico tegengegaan?
Aanscherping
Het maken van een foutje maakt je nog geen fraudeur, met torenhoge boetes tot gevolg. Omgekeerd geldt ook: wie bewust fraudeert, kan zich niet achter het excuus van een foutje verschuilen. We leven in de weerbarstige werkelijkheid waar fraude aan de orde van de dag is. Gisteren nog kwam naar buiten dat de SVB nabestaandenuitkering heeft betaald aan weduwen uit polygame huwelijken in Marokko en Tunesië, en het recht staat dat op dit moment kennelijk toe. Polygamie is in Nederland verboden, maar ondertussen keren we wel pensioen uit aan weduwen van een polygaam huwelijk in het buitenland. Dat is de wereld op zijn kop. Hoe gaat de minister dit gat in de wet met spoed dichten?
Om de sociale zekerheid houdbaar en betaalbaar te houden, zullen we ook moeten kijken naar het weglekken van belastinggeld naar types waarvoor het niet bedoeld is. Naast versoepeling is dus ook aanscherping op onderdelen nodig. Dan denk ik ook aan de ongewenste export van allerlei uitkeringen en toeslagen naar andere EU-landen. Zo mag Nederland nog altijd niet het woonlandbeginsel toepassen op de kinderbijslag en het kindgebonden budget, terwijl dit voor andere uitkeringen wel geldt. Nederland zette jarenlang in op aanpassing van deze situatie, zodat we op zijn minst uitkeringen kunnen verlagen naar het niveau van het woonland. Tot op heden zonder resultaat. Wat de SGP betreft zetten we dit opnieuw op de EU-agenda. Wil de minister zich hier sterk voor maken?
Daarnaast heb ik al herhaaldelijk een punt gemaakt van Oost-Europese arbeidsmigranten die hier seizoensarbeid doen en dan een bepaalde periode van het jaar terugkeren naar Polen, Roemenië of Bulgarije om daar van de zon én WW te genieten in de zomer. Ik kan dat niet uitleggen. Er loopt al een tijdlang een onderzoek, maar het duurt wel erg lang. Tegen dit soort praktijk moet echt veel steviger en gerichter worden opgetreden, juist om draagvlak te behouden voor ons sociale stelsel.