28 mei 2026
Meer daadjes en minder praatjes
De Tweede Kamer debatteerde op donderdag 28 mei in commissieverband over het mbo en studiefinanciering. Onderwijswoordvoerder Chris Stoffer was daarbij aanwezig. Namens het kabinet was minister Letschert afgevaardigd. De bijdrage van Stoffer is hieronder te lezen.
Als ergens een kloof gaapt tussen praat en daad, dan is het wel ten aanzien van het beroepsonderwijs. We kunnen lyrisch praten over gouden handjes, de voldoening van praktisch werk en de motor van onze economie, maar als men in de praktijk merkt dat iedereen toch vooral hogerop wil en het vmbo en mbo ontvlucht, verdampen die ronkende woorden snel.
De SGP ziet deze periode uit naar meer daadjes en minder praatjes. Dat begint al in het basisonderwijs, waar de huidige regeling van de doorstroomtoets voor een valse start en veel demotivatie zorgt in het vervolgonderwijs. Meteen mijn eerste vraag: gaat de minister zich daar ook tegenaan bemoeien? Inzet op passende schooladvisering zou veel goed doen.
Passend onderwijs
Ik zet mijn inbreng over passend onderwijs van gisteren maar meteen voort in het MBO. De minister is positief dat instellingen steeds meer afspraken maken voor individuele ondersteuning. Dat is inderdaad een goede beweging, maar ik zie in de evaluatie ook dat enorme verschillen bestaan als het gaat om het vastleggen van de afspraken. Dat varieert van 20 tot 100 procent, waarbij vakinstellingen er positief uit lijken te springen. Hoe wil de minister duidelijkheid en verbetering bereiken? Gaat de inspectie op dit onderdeel actiever toezien?
De inspectie geeft aan dat de hulpvragen in aantal en complexiteit toenemen. Uiteraard betekent dit dat de noodzakelijke professionele ondersteuning op orde moet zijn, maar in lijn met de Onderwijsraad benadrukt de SGP dat uitdrukkelijk ook de informele sfeer van familie, netwerk en samenleving moet worden betrokken. De omgeving kan vaak meer doen dan tien professionals bij elkaar.
Op de valreep zag ik vanmorgen de beleidsreactie op het advies. De richting klinkt goed, maar helaas zag ik dat ouders en informele gezinsondersteuning opzichtig afwezig zijn. Wil de minister met organisaties zoals Ouders en Onderwijs en het Nederlands Jeugdinstituut overleggen hoe het informele netwerk beter benut kan worden?
Stages
Het is belangrijk dat mbo’ers een fatsoenlijke en eerlijke vergoeding krijgen voor de stage. We moeten daarmee ons doel niet voorbijschieten, namelijk voldoende goede stages. Inmiddels horen we dat bedrijven minder bereid lijken stages aan te bieden vanwege de hogere vergoedingen. Wil de minister bij de uitwerking uitdrukkelijk oog houden voor de positie van het MKB? En hoe wil zij bevorderen dat kwetsbare studenten niet extra de dupe worden door de inzet op hogere vergoedingen?
Verschillen tussen studenten
De minister heeft inzichtelijk gemaakt welke verschillen bestaan tussen mbo en hoger onderwijs binnen de studiefinanciering. Nu kunnen we ons fixeren op het grote ideaal van gelijkheid, maar dat brengt in ieder geval hogere kosten mee en dat kan kleine goede stappen in de weg staan. Waarom kan om te beginnen bijvoorbeeld het bedrag van de basislening niet worden gelijk getrokken?
Lastendruk
In de beleidsreactie op de wetsevaluaties mist de SGP aandacht voor de lastendruk van instellingen. De veronderstelling dat de lasten zouden dalen, bijvoorbeeld door het afschaffen van de onderwijsovereenkomst, blijkt niet bewaarheid. Geen enkele instelling ziet de lasten dalen en 15 procent ziet de lasten zelfs stijgen. Gaat de minister met de sector onderzoeken hoe alsnog praktische verbeteringen te bereiken zijn?
Burgerschap
De Raad van State heeft een nuttig advies geschreven over burgerschapsonderwijs in het mbo. Daarin is de kritiek te lezen dat teveel accent kan liggen op de filosofie van basiswaarden, terwijl we toch vooral behoefte hebben aan burgerschapsonderwijs dat studenten helpt in de concrete beroepspraktijk. Neemt de minister dat signaal ter harte? Betrekt zij in de uitwerking in ieder geval ook het vmbo om te zorgen dat een vloeiende lijn ontstaat?