8 oktober 2026

Kamervragen over Hamas-spandoek op de Dam

SGP-Kamerlid Diederik van Dijk stelt Kamervragen aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht ‘Pro-Palestina demonstranten kapen 7 oktober-herdenking en tonen ’We Support Hamas’-spandoek op de Dam’. De vragen zijn hieronder te lezen. 

  1. Wat is uw reactie op het bericht ‘Pro-Palestina demonstranten kapen 7 oktober-herdenking en tonen ’We Support Hamas’-spandoek op de Dam’
  2. Deelt u de mening dat het verheerlijken van terreur onaanvaardbaar is en dat het vieren van terreuraanslagen waarbij honderden onschuldige mensen het slachtoffer van zijn geworden geen plek dient te hebben in onze rechtsstaat?
  3. Hoe beoordeelt u deze ‘demonstratie’ in het licht van de openbare orde? Dient er niet veel eerder te worden ingegrepen wanneer deze als zodanig in het geding is?
  4. Hoeveel aanhoudingen zijn er op 7 oktober verricht in Amsterdam en op verschillende stations waar pro-Palestijnse ongeregeldheden plaatsvonden? Hoeveel personen zitten er op dit moment nog vast?
  5. Kunt u aangeven wat er gebeurd is met de vlaggen waarop terreurorganisaties als Hamas en PLFP worden verheerlijkt of gesteund? Waarom zijn deze niet direct ingevorderd en vernietigd?
  6. Waarom is de demonstratie pas na enkele uren ontbonden, ondanks aanwezigheid van de politie bij de demonstratie?
  7. Zijn de personen die steeds opnieuw de straat op gaan met deze terreurvlaggen in beeld bij de veiligheidsdiensten? Kan hen de toegang tot gevoelige openbare plekken zoals bij het monument op de Dam worden ontzegd?
  8. Deelt u de mening dat wanneer er tijdens een demonstratie strafrechtelijke leuzen worden gescandeerd en openlijk steun aan een terroristische organisatie wordt verleend, de grenzen van het demonstratierecht zijn overtreden, deze demonstratie per direct ontbonden dient te worden en er strafrechtelijk opgetreden dient te worden?
  9. Deelt u de mening dat de veronderstelling dat deze leuzen en vlaggen niet strafbaar zijn onjuist is en dat op basis van art. 140 en 140a Wetboek van Strafrecht ‘support’ gezien kan worden als steun aan een terroristische organisatie?
  10. Hoe beoordeelt u de gewelddadige oproep van Hamas, en de steun die daaraan verleend wordt in het licht van de strafbaarstelling van geweld in artikel 137c en 137d Wetboek van Strafrecht? Worden de lieden die deze steunbetuigingen uiten hier strafrechtelijk voor vervolgd?
  11. Begrijpt u dat deze gebeurtenissen tot een diep gevoel van onveiligheid leiden voor de Joodse gemeenschap in Nederland? Laakt u het late ingrijpen?
  12. Deelt u de mening dat terroristisch geweld ondubbelzinnig veroordeeld dient te worden en dat het vergoelijken van terreurdaden nimmer in een ander perspectief geplaatst kan worden?
  13. Bent u bereid op te treden tegen personen die terreurdaden zien als vorm van verzet en hier begrip voor proberen op te brengen in kranten en media?
  14. Kunt u deze vragen spoedig beantwoorden, doch uiterlijk voor het commissiedebat terrorisme/extremisme?