21 september 2026

Kamervragen opgepakte christenen Algerije

SGP-Kamerlid Diederik van Dijk en SGP-Fractievoorzitter Chris Stoffer stellen Kamervragen aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht dat twaalf Algerijnse christenen opgepakt zijn (18 september 2026). De vragen zijn hieronder te lezen. 

  1. Bent u bekend met het artikel uit het Reformatorisch Dagblad (17 september 2026) waarin gesteld wordt dat de Algerijnse politie een humanitaire opvanglocatie in L’Ayaida is binnengevallen en twaalf christenen heeft opgepakt vanwege het organiseren van een kerkdienst?
  2. In de beantwoording van eerdere Kamervragen over de sluiting van de laatste kerk in Algerije stelde de minister dat Nederland zich ‘waar mogelijk’, ‘waar opportuun’ en ‘voor zover mogelijk’ inzet voor de positie van christenen ter plaatse. Kan de minister concreet maken wat ‘waar mogelijk’ betekent in de context van deze recente gebeurtenis? Welke mogelijkheden ziet de minister om de Algerijnse autoriteiten aan te spreken op hun verantwoordelijkheid en wanneer wordt daarvan daadwerkelijk gebruikgemaakt?
  3. Het jongste Rijksjaarverslag vermeldt dat in 2025 politiek contact met Algerije plaatsvond over veiligheid, energie en migratie. Is daarbij ook de verslechterende positie van christenen en de sluiting van protestantse kerken aan de orde gesteld? Zo ja, op welk niveau en met welke boodschap? Zo nee, waarom was dit naar uw oordeel niet opportuun?
  4. Draagt Nederland of de EU, al dan niet in multilateraal verband, bij aan opvang van vluchtelingen in Algerije? Zo ja, wordt daarbij de vrijheid van godsdienst, waaronder de mogelijkheid om erediensten te organiseren, gewaarborgd en hoe wordt hierop toegezien?
  5. Hebben de Nederlandse Speciaal Gezant voor Religie en Levensovertuiging en de EU-gezant voor vrijheid van religie en levensovertuiging een eigenstandig mandaat om autoriteiten, zoals die van Algerije, aan te spreken op schendingen van godsdienstvrijheid, of zijn zij daarvoor afhankelijk van een uitnodiging of opdracht vanuit de Nederlandse ambassade respectievelijk EU-delegatie?
  6. Welke mogelijkheden biedt het internationaal recht om Algerije aan te spreken op de naleving van de vrijheid van godsdienst?
  7. Is de minister bereid te bezien of Nederland of de EU ondersteuning kan bieden aan de rechtsbijstand van de opgepakte vluchtelingen, indien zij worden vervolgd of veroordeeld?
  8. Op welke wijze stemt Nederland met de Verenigde Staten af over het aanspreken van de Algerijnse autoriteiten op de vrijheid van godsdienst, en hoe wordt daarbij de invloed van beide landen zo effectief mogelijk ingezet om bestaande beperkingen terug te dringen?