8 september 2026

Groen gas vraagt om de juiste keuzes

De commissie Klimaat en Groene Groei debatteerde op dinsdag 8 september tijdens een wetgevingsoverleg met minister van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei) over het wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas. Lees hieronder de bijdrage van de SGP.

Nederland heeft meer groen gas productie nodig. Beter Hollands biogas dan Russische aardgas of overzeese LNG. Het maakt onze gasvoorziening minder kwetsbaar. De bijmengverplichting is niet gratis, maar het draagt wel bij aan het dempen van prijspieken die juist voor veel problemen zorgen.

Meer moleculen en minder elektronen ontlast ons volle elektriciteitsnet.
Verduurzaming via groen gas kan tegen relatief lage maatschappelijke kosten.
Daarbij komt dat stimulering van biogasproductie in de veehouderij niet alleen CO2-reductie, maar ook reductie van de stikstofuitstoot met zich meebrengt.
Daarom stond de SGP sympathiek tegenover de introductie van een bijmengverplichting. Er komen echter steeds meer prangende vragen. Die leg ik graag aan de minister voor.

Inpassing in het beleid
Ik begin bij de inpassing van het voorstel in het geheel van het energiebeleid.

  • Wat is het lange termijnperspectief?

De minister zet de bijmengverplichting breed en ongericht in, voor alle ETS2-sectoren. Onderzoek van Guidehouse laat wel zien dat groen gas op langere termijn het best ingezet kan worden in specifieke sectoren, en met name de staalindustrie, keramiekproductie, en piekvoorzieningen in stroom- en warmtenetten. Groen gas zal immers schaars zijn en dan moet je strategisch nadenken over waar je het het beste kunt inzetten. De minister tekent zelf min of meer aan dat ze ervan uitgaat dat na 2035 de ETS1- en ETS2-prijzen zodanig zullen zijn dat die groen gasproductie aanmoedigen en dat de bijmengverplichting tijdelijk zal zijn .

Tegelijkertijd wordt door sectorpartijen aangegeven: geeft snel duidelijkheid over de periode na 2035 en 2040. Immers, hoe verder je de bijmengverplichting doortrekt, hoe meer investeringszekerheid. Dat staat toch wel een beetje op gespannen voet met elkaar.

  • Wat is het lange termijnperspectief dat de minister voor ogen heeft?
  • Is de bijmengverplichting een tussenpaus, en hoe dan, of ziet de minister dit anders?

Groen gasproducenten hebben investeringszekerheid nodig. De SDE++ biedt deze zekerheid, zodra de beschikking binnen is. De bijmengverplichting is nog met onzekerheden omgeven.

  • Hoe aantrekkelijk is het bijvoorbeeld voor buitenlandse producenten om mee te doen?

De vraag is dan wat de meerwaarde is van de bijmengverplichting ten opzichte van bijvoorbeeld aanvulling van de SDE++ met een contracts for difference constructie voor afname van groen gas in specifieke sectoren .

  • Kan de minister hier ons even in meenemen?
  • Hoe serieus is naar zo’n alternatieve variant gekeken?
  • Wat gaf de doorslag om toch te kiezen voor de bijmengverplichting?

Groen gas buitenland
Het voorstel zorgt bij de SGP voor twee belangrijke graten in de keel. In de eerste plaats is dat het meetellen van groen gas uit het buitenland. Ik zit er echt niet op te wachten dat wij Italiaanse of andere Europese productie-installaties gaan financieren in plaats van onze eigen mestvergisters en andere biogasinstallaties. Ook de CO2-winst gaat dan naar het buitenland. Ik heb op dit punt verschillende vragen.

De minister schrijft dat marktpartijen verwachten dat Nederlands gas ingekocht zal worden.

  • Waarop is deze verwachting gebaseerd?

Daar lees ik weinig over. De minister schermt met de eis dat groen gas binnen de bijmengverplichting geproduceerd moet zijn zonder exploitatiesubsidie. Dat betekent in Nederland geen aanspraak op de SDE++, maar wie gaat controleren of buitenlandse producenten zich aan deze eis houden?

Verder moeten we voor de producenten in het buitenland maar uitgaan van adequaat toezicht aldaar op de betrouwbaarheid van de CO2-cijfers, terwijl de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA) hier de producenten en andere schakels in de keten zelf ook in de gaten houdt.

  • Deelt de minister de analyse dat Nederlandse producenten dus te maken hebben met strenger toezicht dan buitenlandse producenten?

Inhoudelijk heb ik daarom grote moeite met het meetellen van groen gas uit het buitenland. Dat geldt ook voor de opstelling van de Europese Commissie. Die vind ik onacceptabel. Met de ene hand legt de Commissie lidstaatverplichtingen voor CO2-reductie op, en met de andere hand pakt de Commissie instrumenten af om CO2-reductie in eigen land te realiseren.

  • Hoe ziet de minister dit?
  • Snijdt de redenering van de Commissie juridisch hout?
  • Waarom mag Nederland geen beroep doen op artikel 36 van het Europees Verdrag?

Nederland heeft zich in de notificatieprocedure eerst verdedigd door te wijzen op haar verantwoordelijkheid om de duurzame energieproductie te vergroten .
Maar hoe zit dat als het gaat om onze verplichting om CO2-reductie in de ESR-sectoren, buiten ETS1, te realiseren? Juist hiervoor is het toch proportioneel en evenredig om de eigen productie-installaties te bevoordelen?

Daarbij wil ik wijzen op Frankrijk. Deze lidstaat heeft sinds dit jaar ook een bijmengverplichting. Ik lees op de website van hun register voor biogasproductiecertificaten dat alleen biogasinstallaties die in Frankrijk biogas invoeden certificaten kunnen laten registreren. Ik kon mijn ogen niet goed geloven.

  • Is het echt zo dat Frankrijk de afgifte van certificaten beperkt tot binnenlandse producenten, terwijl Nederland dat, op aangeven van de Europese Commissie, niet gaat doen?

Dat kan ik niet meemaken. Graag opheldering. Wat de SGP betreft varen we onze eigen koers en kiezen we net als Frankrijk voor een beperking tot Nederlandse productie-installaties. Ik heb hiervoor een amendement ingediend .

Energie-intensieve bedrijven
De SGP maakt zich verder zorgen over de betaalbaarheid van de voorgestelde bijmengverplichting. Het energie-intensieve mkb wordt relatief hard geraakt, terwijl concurrenten in het buitenland nu al met gunstigere energietarieven kunnen werken. Ik noem in het bijzonder de glastuinbouw. Deze sector krijgt al veel voor de kiezen. Alleen al het voorliggende voorstel zorgt voor een kostenpost van bijna 200 miljoen euro. Met de andere lastenverzwaringen erbij kan de energierekening van individuele tuinders maar zo verdrievoudigen. Ik ben bang dat de beloofde compensatie daar bij lange na niet aan tegemoet zal komen.

We moeten niet vergeten dat de glastuinbouw met haar wkk’s een belangrijke rol speelt bij het stabiliseren van het elektriciteitsnet. De Kamer heeft eerder per motie gevraagd om de glastuinbouw buiten ETS2 te houden. Ik weet dat er een uitvoeringsvraagstuk aan vast zit, maar uit contact met betrokken partijen maak ik op dat het niet onoverkomelijk is. Daarom blijf ik bij de minister aandringen op uitvoering van deze motie.

Daarnaast heb ik een amendement ingediend om het energie-intensieve mkb, waaronder nu ook de glastuinbouw, voor een groot deel uit te zonderen van de bijmengverplichting . Dit sluit overigens aan bij de oorspronkelijke opzet van het wetsvoorstel. Omdat ongeveer een derde van het gasgebruik dan niet meer onder de bijmengverplichting valt, zou zonder aanpassing meer gevraagd worden van de rest. Dat moet je dan opnieuw goed bekijken. Er is ruimte om de CO2-doelstelling bij te stellen of kleinverbruikers te compenseren via de energiebelasting.

Tijdig voldoende productiecapaciteit?
Een andere belangrijke vraag is of er voldoende groen gas beschikbaar komt.
Dat bepaalt mede het kostenplaatje voor energiegebruikers. De groen gasproductie zit nu op 0,3 miljard kuub. Met de voorgestelde bijmengverplichting zou richting 2031 alleen voor deze bijmengverplichting minimaal 0,8 miljard kuub nodig zijn. Er zitten veel projecten in de pijplijn, maar de praktijk is verdraaid lastig.
In Noord-Nederland onlangs vergunningen voor zestien mestvergisters vernietigd.

  • Hoe zeker is het dat er op tijd voldoende productiecapaciteit is?

De minister erkent de uitdagingen, maar schrijft dat het haar taxatie is dat de benodigde opschaling goed haalbaar is. Daarbij komt dat ook de vraag hoe interessant het is voor producenten met SDE++-subsidie om te switchen naar levering onder de bijmengverplichting. Ik ontvang graag een nadere duiding.

  • Waar is de optimistische verwachting van de minister precies op gebaseerd
  • Kan zij daar ook wat getallen bij leveren?