30 juni 2026

Box 3 is een kapotte fiets

Er is veel te doen over de Box 3-belasting. Na verscheidene wijzigingen wordt nu weer een ingrijpende wijziging voorsteld. Met het wetsvoorstel werkelijk rendement Box 3 wordt de vermogensaanwasbelasting geïntroduceerd. Dit lijkt een heel eerlijke belasting waardoor iedereen belasting betaald over de werkelijke aanwas van vermogen. Echter, deze aanwas betekent niet dat mensen meer geld hebben. In de praktijk levert dit problemen op. Daarnaast komt er binnen enkele jaren een nieuw wetsvoorstel met weer ingrijpende wijzigingen voor de Box 3-belasting. Waarom dan nu deze wet? Hieronder leest u de bijdrage van Peter Schalk.

Mevrouw de voorzitter, op mijn snaarinstrument dat ik ongeveer één keer per jaar beroer, kan ik een liedje spelen voor mijn kleinkinderen: “Mijn opa zijn fiets, is een heel oude fiets, zonder stuur, zonder bel, zonder rem.”

 U kent het vervolg: want “opeens, toen, klapte zijn band en mijn opa die dook in het zand”.

Stel dat vervolgens die band gelapt wordt, en ik ga er maar van uit dat velen van u dat wel eens gedaan hebben, dan komt het voor dat je het hele spul weer op zijn plaats hebt, je pompt die band op, en dan blijkt hij nog steeds lek te zijn. Heel eerlijk gezegd: bij mij vloog zo’n kinderfiets dan wel eens een klein stukje door de schuur.

Maar goed, al zou je die band uiteindelijk op orde hebben, dan ontbreekt nog steeds het stuur aan “mijn opa zijn fiets”. Deze metafoor van “mijn opa zijn fiets” is heel passend:

  1. Ons belastingsysteem is oud, en rammelt aan alle kanten.
  2. Reparatiewerkzaamheden blijken niet te lukken,
  3. En nu de wet is opgelapt blijkt er geen stuur aan te zitten.

Nog even die lekke band die geplakt is:

Tot voor kort werd de box 3 belasting berekend op basis van forfaitaire rendementen. Dit zorgt voor enorme ongelijkheid. Deze forfaitaire rendementen zijn namelijk nooit wat iemand daadwerkelijk ontvangt. In het zogenaamde Kerstarrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad beslist dat dit fictieve rendement oneerlijk is: een lekke band, dus!

Om die reden werd de Wet rechtsherstel Box 3 geïntroduceerd bij het Belastingpakket 2023. De eerste plakker.

Omdat elders nog een lek zat, werd tegelijk de Overbruggingswet Box 3 geïmplementeerd. De tweede plakker.

Vorig jaar werd de Wet tegenbewijsregeling Box 3 aangenomen, die een derde lek moest plakken. De derde plakker.

Omdat de Overbruggingswet Box 3 volgens de Hoge Raad nog steeds onrechtmatig is, bespreken we nu de Wet werkelijk rendement Box 3. De vierde plakker, maar de vraag is of alle gaten nu zijn gedicht. Immers:

  1. de belastingdienst heeft laten weten dat de belasting zoals die nu wordt voorgesteld zeer ingrijpend is in de uitvoering,
  2. de Raad van State stelt dat er zelfs een patstelling is ontstaan, oftewel de ketting zit vast,
  3. de rechter verbiedt het huidige stelsel, dus deze fiets is niet verkeersveilig,

Daarom adviseert de Raad van State om het box 3-stelsel opnieuw te bezien en daarbij eerst te komen tot een integrale visie op het belasten van vermogen. Zo’n visie bestaat nog niet.

Dus: deze fiets heeft nog steeds geen stuur. En inderdaad, er wordt blijkens het regeerakkoord gewerkt aan een nieuw stelsel, met een tussenstap in 2028 naar de invoering van de Wet werkelijk rendement, en in 2029 de doorgroei naar de Vemogenswinstbelasting.

  • Maar waarom deze ingrijpende maatregel als we over een aantal jaar weer heel ingrijpende maatregelen nemen?

Daarom zegt mijn fractie op dit moment: doe het niet! Zomaar een handvol doe-het-niet-punten:

1. Het voorliggende wetsvoorstel is gericht op het werkelijk rendement, dus over rente en dividend en de waardemutaties van het vermogen. De waardemutaties van het vermogen worden aangeduid als vermogensaanwas.

Op papier klinkt dit eerlijk. Maar aanwas staat niet gelijk aan inkomen of geld. Net zoals je huis geld waard is, maar je niet met je huis kunt betalen, kun je ook niet met je aandelen betalen. Het is dus een vermogens-op-eet-belasting. Ondernemers moeten straks aandelen verkopen om hun belasting te kunnen betalen.

  • Is het niet schrijnend dat juist de kleine beleggers en middeninkomens hierdoor hun vermogen moeten liquideren, waardoor het opbouwen van vermogen juist voor deze groep moeilijker wordt;

2. Voor startende ondernemingen wordt een uitzondering gemaakt. Daarvoor geldt een vermogenswinstbelasting. Dat houdt in dat je pas belasting betaalt op het moment dat je het onroerend goed of de aandelen verkoopt, om de eenvoudige reden dat startende ondernemingen niet voldoende liquiditeit zullen hebben om de belasting te betalen.

  • Stel dat bij verkoop er nog steeds geen liquide middelen zijn, wat zijn dan de consequenties voor de startende ondernemer die onder de uitzonderingsbepaling viel?

3. Om deze startende ondernemingen verder te beschermen wordt overigens een nieuwe wet voorbereid, de Wet fiscale stimulering startups en scale-ups. Deze lag tot 29 april 2026 ter consultatie voor. Met die wet krijgen startende ondernemingen een uitzonderingspositie. Echter, die wet geldt nog niet. Als de Wet werkelijk rendement Box 3 van kracht wordt voordat de Wet fiscale stimulering startups en scale-ups van kracht wordt, dan zal dat dus enorme impact hebben op de startende ondernemingen.

  • Waarom zorgt de staatssecretaris niet dat deze wetten tegelijkertijd behandeld worden?

4. Verder is voor dit soort ondernemingen bepaald dat de belastingaanslag pas komt bij het afstoten van de aandelen, dus bij verkoop. Dit kan echter ook plaatsvinden bij een huwelijk, scheiding of overlijden, waarbij er opeens belasting betaald moet worden.

  •  Wat is de visie van de regering op kwesties binnen families?

Ook bij familiebedrijven levert het uitdagingen op, want voor familiebedrijven is het niet eenvoudig om de aandelen te verkopen. In veel gevallen zal de belasting dan niet kunnen worden opgehoest.

  • Wat is de visie van de regering op kwesties binnen families en de gevolgen daarvan voor de economische weerbaarheid van familiebedrijven?

En tenslotte, als 5e doe-het-niet-punt:

5. Eigenlijk is deze wet strijdig met het voorzienbaarheidsbeginsel. Dit is onderdeel van het rechtszekerheidsbeginsel en betekent dat voor burgers helder moet zijn welke wetgeving zij kunnen verwachten en niet plotseling of continu worden geconfronteerd met ingrijpende wetswijzigingen. Burgers moeten in staat zijn om op wetgeving in te kunnen spelen.

  • Wat is de mening van de staatssecretaris over de rechtsonzekerheid die ontstaat door deze wet?

Mevrouw de voorzitter, de staatssecretaris heeft op 19 juni nog een brief gestuurd. Daaruit blijkt dat er nog geen enkele zekerheid te bieden is, terwijl de Kamer voor de zomer zou worden geïnformeerd.

De route die in de brief van 19 juni wordt geschetst, loopt via een voorstel op Prinsjesdag. Dat betekent ongetwijfeld dat dit in de Tweede Kamer wordt meegenomen in de begrotingsbehandelingen, en dat wordt heel lastig in de Eerste Kamer, gezien het feit dat in de Tweede Kamer pas op 8 december over alle begrotingen wordt gestemd. Daarna komt het op het bordje van de Eerste Kamer, die zoals gebruikelijk het Belastingplan (met daarbij behorende wetten) nog in december 2026 probeert af te handelen.

Een tweede mogelijkheid is dat de TK de novelle niet bij de begrotingen behandelt. Gezien het tijdschema aldaar wordt het dan wel voorjaar 2027 voordat er afhandeling van de novelle en het voorliggende wetsvoorstel plaatsvindt. Kunnen we dat onze burgers aandoen?

De fractie van de SGP zou het toejuichen als de staatssecretaris het voorliggende wetsvoorstel intrekt, nu stopt met energie steken in de herstelwerkzaamheden, en met gezwinde spoed gaat werken aan een gedegen plan met visie. Oftewel: kom met een nieuwe fiets, met een stuur, met een bel, met een rem!

  • Kan de staatssecretaris een reactie geven op dit constructieve voorstel?

Ik zie zeer uit naar de reactie van de staatssecretaris.