12 oktober 2026
Belastingplan moet recht doen aan gezinnen en ondernemers
Op maandag 12 oktober debatteerde de Tweede Kamer in een Wetgevingsoverleg over het Belastingplan. Lees hieronder de bijdrage van Chris Stoffer.
De aandacht voor het Belastingplan is in de afgelopen jaren niet vaak zo groot geweest als nu. Bijna iedereen weet inmiddels wat een Belastingplan is, hoe belangrijk deze wet is, wanneer er over gestemd wordt. Ook is er veel aandacht voor de vraag of er wel of geen steun voor is. Logischerwijs speelt daarbij niet alleen puur de inhoud van het Belastingplan een rol, maar ook de bredere politieke werkelijkheid. Welke richting wil het kabinet op, en hoe beweegt het kabinet op andere aangelegen punten? We zijn daarin als SGP de afgelopen tijd heel helder geweest.
Ook de discussie over de toekomst van box 3 is een steeds grotere rol gaan spelen. Daarover wordt nog een apart debat gevoerd, als daar ook concrete voorstellen voor liggen. De SGP is overigens positief over de ontwikkeling richting een vermogenswinstbelasting. De dekking is, zoals de afgelopen tijd ook bleek, een uitdaging. Voor ons is het cruciaal dat de kleine spaarder en belegger niet opdraait voor de kosten. Ook niet in 2027.
Vandaag wil ik mij echter vooral richten op de inhoud van het Belastingplan zelf.
Want los van alle politieke strijd, moeten we niet vergeten dat ook dit Belastingplan grote gevolgen kan hebben voor gezinnen en ondernemers. Het wetgevingsoverleg over het Belastingplan, zodat we dat vandaag ook hebben, is traditioneel een wat technisch debat. De meer politieke afronding volgt in november, tijdens het plenaire debat. Met die gedachte in het achterhoofd ben ik dit debat ingegaan. Want ook op de inhoud van dit Belastingplan is veel aan te merken. En de SGP heeft ook duidelijke wensen voor verbeteringen.
Eenverdieners
Ten eerste als het gaat om eenverdieners. Een cruciaal punt waarop de SGP dit Belastingplan zal beoordelen. Jaar op jaar betalen eenverdieners meer belasting dan tweeverdieners met hetzelfde inkomen. Het resultaat is een enorme kloof, die elk jaar groter wordt. Dat ook de marginale druk voor die groep dit jaar opnieuw stijgt, is wat dat betreft een teken aan de wand. De piek in die marginale druk is dit jaar gestegen naar 95%.
Ook dit jaar stijgt de belastingkloof, bijvoorbeeld door de enorme verhoging van de arbeidskorting. Een korting die inmiddels echt uitgewerkt is. En meer en meer een boete is geworden op voltijd werken. Maar ook arbeidsongeschikten op grote achterstand zet, omdat zij geen recht hebben op de arbeidskorting. En dus ook de kloof tussen één- en tweeverdieners groter en groter maakt. Waarom kiest het kabinet voortdurend voor verdere verhoging van de arbeidskorting? We hebben het hier vaak over ondoelmatige fiscale regelingen. Die jaarlijks terugkerende verhoging van de arbeidskorting is inmiddels ook een ondoelmatige tendens. Deelt de staatssecretaris dat?
De SGP heeft een amendement in voorbereiding om de kloof tussen één- en tweeverdieners te verkleinen. Concreet gaat het dan om verruiming van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting die in 2028 heringevoerd wordt. Wij willen dat de doelgroep wordt uitgebreid naar middeninkomens, zodat ook zij extra lastenverlichting krijgen. Maar bijvoorbeeld ook dat het bedrag dat overgedragen kan worden verhoogd wordt. Ik ga ervanuit dat de staatssecretaris hier serieus naar wil kijken. Maar vooral ook dat hij bereid is om hier eindelijk eens een stap te zetten, en het amendement wil omarmen. Zodat de kloof kleiner in plaats van groter wordt.
Middeninkomens
Met dat amendement krijgen ook middeninkomens lastenverlichting. Dat is hard nodig, want de lasten stijgen de komende jaren fors. Volgend jaar met bijna 4 miljard euro, en structureel met bijna 8 miljard euro. Ik weet het, een deel komt door eerdere kabinetten. Maar feit is wel dat gezinnen die lastenverzwaring moeten gaan ophoesten. Onder andere door de extra belasting van 1,5 miljard euro, door de coalitie de vrijheidsbijdrage genoemd. Maar ondertussen vooral middeninkomens hard raakt in de portemonnee. Daar komt nog bij dat bijvoorbeeld de aftrek specifieke zorgkosten wordt afgeschaft. De gevolgen kunnen oplopen tot vele duizenden euro’s.
De SGP snapt dat het een ingewikkelde regeling is, en staat ook zeker open voor verbetering. Maar de huidige, rigoureuze afschaffing leidt wel tot problemen.
Uit de analyse naar aanleiding van mijn motie in het voorjaar, blijkt ook dat juist deze maatregel grote gevolgen heeft. Is hierin niet een slimmere vormgeving mogelijk? Bijvoorbeeld door gerichte ondersteuning van de groep die hard geraakt wordt? Hier wringt ook dat de tegemoetkoming voor chronisch zieken, op de VWS-begroting, nog niet uitgewerkt is. Terwijl dat juist een tegenhanger kan zijn voor de afschaffing van de aftrek. Waarom is niet gekozen om deze twee maatregelen in samenhang te bezien, en wil het kabinet dat alsnog doen?
Ondernemers
Een andere groep waarvoor de SGP een extra stap wil zien zijn ondernemers. De lasten voor ondernemers zijn de afgelopen jaren met miljarden opgeschroefd. Volgens het CPB zijn de lasten voor ondernemers tussen 2018 en 2027 met 16,3 miljard euro gestegen! Kan de staatssecretaris reflecteren op die lastenstijging?
Daar komt de enorme lastendruk door regelgeving nog bij. Vorige week heb ik nog veel ondernemers gesproken bij een bijeenkomst met familiebedrijven. Maar ook bij andere ondernemers hoor ik steeds meer de grote zorgen over de toenemende regel- en lastendruk. We maken het steeds moeilijker om te ondernemen in Nederland. Ik hoor te vaak dat ondernemers willen stoppen of gaan verhuizen naar andere landen. Terwijl ondernemers zo belangrijk zijn voor de economie, voor de werkgelegenheid, voor de welvaart in ons land.
Ook dit keer zitten er weer allerlei voorstellen in het Belastingplan die ondernemers hard raken. De btw-verhoging op sierteelt, het afschaffen van de startersaftrek, het afschaffen van de kleine brouwersregeling. Op dat laatste heb ik overigens een amendement in voorbereiding om die regeling te behouden. Het levert maar 2 miljoen euro op, maar die regeling is cruciaal voor het behoud van de sector. Erkent de staatssecretaris dat ook het draaien aan deze kleine knoppen grote gevolgen kan hebben voor het verdienvermogen van ondernemers? Neem de btw-verhoging op sierteelt: uit onderzoek blijkt dat ondernemers in de detailhandel daar de grootste klappen van opvangen. Het zal zorgen voor heel veel faillissementen en ontslagen. Is dat het waard, vraag ik de staatssecretaris. En hoe rijmt het kabinet deze afschaffing met de wens om onze leefomgeving te verduurzamen? Het kabinet wil de startersaftrek afschaffen, terwijl ondernemers daar nu nog rekening mee houden en het ondernemerschap juist kan stimuleren. Deelt de staatssecretaris de mening dat er echt nog een extra stap nodig is om de lasten voor ondernemers te laten dalen?
Ten slotte op dit punt: ook de ondernemers in de afvalstoffensector krijgen te maken met forse lastenverzwaringen. In dit Belastingplan zit gelukkig een voorstel om de lastenverzwaring iets te temperen. Maar het overgrote deel blijft staan. Terwijl de sector zelf met allerlei alternatieven is gekomen.
- Wat is daar de status van?
- Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij blijft zoeken naar alternatieven?
- En waarom is niet gekozen voor een gerichte vrijstelling voor geïmporteerd afval?
Uit de beantwoording van de schriftelijke vragen wordt beaamd dat die uitzondering waarschijnlijk niets kost voor de overheid. Terwijl het wel het verdienvermogen van de sector verbeterd.
Gerichte vrijstelling branche-eigen producten
De SGP heeft in het voorjaar een motie ingediend om de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de KIA, te behouden. We zijn blij dat deze aftrek is behouden, die is heel belangrijk voor het MKB. We hebben voorgesteld de dekking te vinden in de afschaffing van de vrijstelling voor branche-eigen producten in de werkkostenregeling. Soms zie je pas achteraf welke effecten dat precies heeft. Het lijkt erop dat die afschaffing ondernemers voor uitdagingen kan stellen. Ik snap uiteraard dat het kabinet de afschaffing opgenomen heeft in het Belastingplan, en de motie uitgevoerd heeft. Tegelijk hebben de signalen vanuit ondernemers mij wel aan het denken gezet. Ik wil graag van de staatssecretaris horen of hij suggesties heeft om deze vrijstelling toch te behouden, al dan niet in een meer gerichte vorm.
Youngtimerregeling
Vorig jaar is besloten de youngtimerregeling te versoberen. De gevolgen zouden wel heel stevig uitpakken, waardoor er nu wat versoepelingen worden voorgesteld. De SGP ziet echter ook met de maatregelen die nu voorgesteld worden knelpunten ontstaan. Concreet gaat het dan om het afbouwpad. Volgend jaar gaat de leeftijdsgrens van de regeling naar 17 jaar en in 2028 naar 20 jaar. Het gevolg is dat auto’s die nu 16 jaar zijn, dit jaar en volgend jaar onder het overgangsrecht, en dus onder de regeling vallen. In 2028 en 2029 vallen zij erbuiten, en in 2030 kunnen zij er wel weer gebruik van maken. Dat is moeilijk uitlegbaar en voor eigenaren enorm ingewikkeld. Waarom is er niet voor gekozen om tot 2030 elk jaar de leeftijdsgrens met één jaar te verhogen? Hierdoor vallen er geen youngtimers tijdelijk buiten de regeling, terwijl vanaf 2030 hetzelfde doel wordt bereikt. Ik overweeg hier een amendement. Maar ik hoor graag hoe de staatssecretaris dat ziet?
Fiscale investeringsfaciliteit dier en klimaat
Mijn collega Flach heeft bij de Financiële Beschouwingen een motie ingediend over de fiscale investeringsreserve voor de agrarische sector. Die motie kreeg Oordeel Kamer en is aangenomen. Het verzoek is om voor de behandeling van het Belastingplan zo veel mogelijk inzicht te geven in de mogelijkheden om de reserve tijdelijk te maken, het bedrag op te hogen en met terugwerkende kracht in te voeren. Vrijdag stuurde de staatssecretaris een brief waarin hij feitelijk aangeeft dat hij de motie niet uitvoert. De inzichten worden namelijk pas bij de Voorjaarsnota volgend jaar gegeven. De motie is duidelijk, en vraagt dat inzicht voor de behandeling van het Belastingplan. Ik ga ervanuit dat de staatssecretaris die motie gewoon uitvoert.
Pseudo-eindheffing
De Wet overige fiscale maatregelen is vaak een vrij technische wet, waarover de politieke meningen weinig verdeeld zijn. Voor het grootste gedeelte van het wetsvoorstel geldt dat nu ook. Over één onderdeel heeft de SGP wel vragen, namelijk de pseudo-eindheffing. Een maatregel die vorig jaar al is voorgesteld, en volgend jaar ingaat. De SGP is geen voorstander van die heffing, omdat de lasten voor ondernemers, zowel financieel als administratief, hierdoor enorm stijgen. Maar nu die heffing er toch lijkt te komen, zijn we blij dat het kabinet een aantal versoepelingen wil doorvoeren.
De SGP heeft nog wel een amendement in voorbereiding over de uitzonderingen bij vervangend vervoer en verhuur. Bij vervangend vervoer, als gevolg van onderhoud of reparatie, geldt een uitzondering voor een periode van maximaal 14 dagen. Die uitzondering kan meerdere keren per jaar per auto ingezet worden. Bij kortdurende verhuur gelden er twee extra voorwaarden. De maximale termijn daarvoor is zeven dagen, en de uitzondering geldt maar één keer per jaar. Als een auto dus in mei twee dagen wordt gehuurd, geldt er geen heffing. Maar wordt dezelfde auto in september nog een keer een dag gehuurd, geldt voor die hele maand gelijk de volledige heffing. Die voorwaarden hebben grote gevolgen. Financieel, maar er wordt hiermee ook een enorme administratieve rompslomp gecreëerd.
Sowieso vallen auto’s die gehuurd worden veel sneller onder de heffing. Maar het heeft ook gevolgen voor kleine ondernemers, kleine verhuurbedrijven. Het is namelijk gunstiger om zoveel mogelijk verschillende auto’s te huren, omdat dan de periode van zeven dagen opnieuw gaat lopen. Bij kleine verhuurbedrijven is de voorraad echter beperkt. Zet dit voorstel kleine ondernemers daarom niet fors op achterstand ten opzichte van grote ondernemers? Ook geldt voor beide uitzonderingen dat bij overschrijding van de termijnen de rekening van de heffing niet bij de opdrachtgever, maar bij het autobedrijf of verhuurbedrijf komt te liggen.
De SGP ziet het liefst dat in dit soort gevallen de pseudo-eindheffing sowieso pas gaat gelden na 14 dagen. Dat scheelt een hoop administratie. Is de staatssecretaris bereid die stap te zetten?
De SGP komt, zoals gezegd, met een amendement om de twee extra voorwaarden bij verhuur te schrappen dan wel anders vorm te geven. Wat vindt de staatssecretaris van het idee om de twee termijnen gelijk te trekken? Dus ook voor kortdurende verhuur de termijn op 14 dagen te zetten? En is het niet beter om toe te staan dat deze periode over meerdere momenten opgenomen kan worden? Volgens mij lossen we hiermee een groot deel van de problemen en administratieve lasten op.Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris dit ziet?
Daarnaast bereiken ons ook signalen dat de heffing op demonstratieauto’s van autobedrijven enorm knellend is. Omdat deze auto’s uiteraard nodig zijn, en ook vaak gebruik worden door personeel. Dat wordt nu bijzonder ingewikkeld gemaakt. Is daar niet ook een uitzondering voor nodig?
Wet stimulering start- en scale ups
Ten slotte de Wet stimulering start- en scale-ups. Een wetsvoorstel dat ons vestigingsklimaat volgens mij kan verbeteren. Het kan helpen om werknemers te behouden voor start-ups en scale-ups. Het kan groei en innovatie stimuleren. Wat dat betreft is de SGP zeker voor.
Tegelijk zitten er aan het wetsvoorstel veel haken en ogen. De uitvoering is enorm ingewikkeld, de Uitvoeringstoets laat dat ook duidelijk zien. Wij hebben dan ook zorgen of deze wet in de praktijk ook echt gaat werken. Hoe houdt de staatssecretaris daar zicht op? Is bijvoorbeeld een Invoeringstoets nuttig? Er kunnen zich bijvoorbeeld ook problemen voorkomen bij emigratie van werknemers. Maar ook bij uitdiensttreding wordt er veel van ex-werknemers gevraagd. Zijn hierin niet nog stappen te zetten, zodat de regeling beter uitvoerbaar wordt? En wellicht moet er sowieso wat meer tijd genomen worden voor de invoering. Wat ons betreft is het bespreekbaar dat de wet later ingaat dan 1 januari 2027. Deelt de staatssecretaris dat?
Het is een complexe wet, die veel vraagt van de Belastingdienst, maar ook voordelen kan hebben. Wat de SGP betreft komen die voordelen vooral ten goede aan de Nederlandse economie. Ik zie echter wel het risico op weglek naar het buitenland. Daarom ben ik bezig met een amendement om een extra voorwaarde toe te voegen, met de eis dat de onderneming aantoonbaar moet bijdragen aan de Nederlandse economie. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris dat ziet?
Ten slotte op dit punt: de wet wordt pas na zeven jaar geëvalueerd.
Rijkelijk laat, wat mij betreft. Zeker omdat er in het verleden al maatregelen zijn genomen met hetzelfde doel als deze wet. Is het niet beter om de wet al eerder, bijvoorbeeld na vijf jaar te evalueren?
Aanvraag amendementen
Tot slot een praktisch punt. Dat gaat over het aanvragen van amendementen. In de brief van afgelopen vrijdag gaat de staatssecretaris daar ook op in. Het voorstel is om pas amendementen met betrekking tot koopkracht na besluitvorming over het koopkrachtpakket op te pakken. Dat zou, volgens de brief uiterlijk 2 november zijn. 4 november is de plenaire behandeling. Ik maak mij wel zorgen dat ons recht op amendement op deze manier enorm ingeperkt wordt. De tijd is daarvoor heel erg kort, zo lijkt het. Kan de staatssecretaris daarop ingaan?