26 februari 2024

Afscheidstoespraak voor Kees van der Staaij

Afscheidstoespraak voor Kees van der Staaij
Uitgesproken op 10 februari 2024 in Nijkerk
Door Dick van Meeuwen, partijvoorzitter SGP

Beste Kees,

“De tijd is rijp, ik mag gaan.” Zo stond het in het Reformatorisch Dagblad (RD) van 26 augustus 2023, waar je een terugblik gaf over je besluit om na ruim 25 jaar te stoppen als partijleider en Tweede Kamerlid voor de SGP. “Ik mag gaan.” Zo is het. Natuurlijk moest het hoofdbestuur (hb) en de hele partij even verwerken dat je zou gaan vertrekken en dat er zelfs voor het eerst in de geschiedenis van de SGP twee fractieleden van de drie zouden vertrekken, maar het was en is waar: jij mocht gaan.

Er zijn veel kwalificaties over jou rondgegaan. ‘Rots in de branding’, ‘staatsrechtelijk geweten van de Tweede Kamer’… Wij, hb- en partijleden waren het hier natuurlijk mee eens, maar zelf bleef je er nogal rustig onder. Zo van: doe maar gewoon; zo bijzonder ben ik niet. Het typeert ook een karaktereigenschap van je: bescheidenheid.

Mark Rutte noemde je in zijn bijdrage in de bundel uitgegeven ter gelegenheid van je 25-jarig Kamerlidmaatschap: Kees de Zaaier. Ik zou voor deze toespraak in partijverband de titel willen gebruiken van: Kees, de dirigent.

  1. Eigenschappen van een dirigent
  2. De muziek die gemaakt wordt

1.      Eigenschappen van een dirigent

Een dirigent van een orkest is een van de muzikaalste mensen. Er zijn muzikale mensen die buitengewoon mooi op een instrument (harp, viool, orgel, piano) kunnen spelen. Maar een dirigent overtreft hen allen; je moet bijna alles kunnen: overal op letten, heel scherp luisteren. Doet iedereen wel mee? Al die verschillende instrumenten! Zit er niet een valse noot tussen? Zitten we nog een beetje in de maat? De hoogste concentratie!  

En niet in het minst: leidinggeven, inspirerend leidinggeven. Anders klinkt de muziek maar gewoontjes. Het dirigent-zijn: dat is mooi, maar zwaar werk met veel verantwoordelijkheid.  Zo is het ook met een partijleider en fractievoorzitter van de SGP, met jou, Kees.

Op 19 mei 1998 werd je lid van de Tweede Kamer. Dat gebeurde op een wonderlijke manier. Je vader zegt in een terugblik: “Dat zullen we nooit vergeten. Aanvankelijk leek het erop dat de SGP twee zetels zou krijgen, dus dan zou Kees er niet in komen. Maar in de nacht na de verkiezingen kregen we het telefoontje van Kees dat de SGP toch drie zetels kreeg en hij dus als lid van de Tweede Kamer was gekozen. Hij mocht dat ook als een roeping zien. Dit roepingsbesef is Kees bijgebleven en juist daarom kon hij de stormen trotseren die de afgelopen 25 jaar ongetwijfeld over hem gekomen zijn.”

Kees ging zijn partijtje meeblazen onder leiding van Bas van der Vlies, de toenmalige, zeer gewaardeerde partijleider. Dat deed de jonge jurist Kees van der Staaij op een kundige manier. In 2010 werd hij fractievoorzitter en dus partijleider: de dirigent!

Kees kon luisteren, heel precies. Tijdens de fractievergaderingen: hoe en wat gaan we zeggen? “Doe het nog eens over. Nee, zo kan het niet. Het moet wel zuiver ‘SGP’ klinken.” Op den duur hield het luisteren op. Het hoort bij een dirigent om soms een beetje ongeduldig te zijn. Dan klonk het: “Jongens, we gaan het zo doen en niet anders”. Kees bleef wel vriendelijk, zelfs hoffelijk.

Kees wilde vóór alles het orkest als eenheid presenteren. En hier mogen we ook de héle partij als zijn orkest zien. Als er hier en daar wat valse nootjes gehoord werden, waar dan ook in het land, dan was hij er ook. Hij belde met de betreffende mensen, of zocht ze op. Weer luisteren. Alleen dát hielp al in veel gevallen.

Je hield niet van polarisatie. In de Thorbeckelezing, die je op 14 december 2023 als een soort geestelijk politiek testament uitsprak, heb je het hier ook over: “Polarisatie is van alle tijden. Het is net als turbulentie tijdens een vliegreis. Als je niet weet dat dit erbij hoort, kan het onnodige schrik en paniek geven.” Je waarschuwt wel tegen polarisatie. In je lezing bedoel je vooral de huidige politieke en maatschappelijke situatie in Nederland, maar dit geldt natuurlijk ook in het klein voor onze partij. Te veel polarisatie is gevaarlijk voor een land, de samenleving, de partij. De dosis maakt het vergif. De eeuwenoude Nederlandse bestuurlijke poldertraditie van ‘schikken en plooien’ heeft ons veel goeds gebracht. Dat moeten we in ere houden.” Schikken en plooien, zo stond je ook als onze partijleider bekend.

Verbinder zijn, dat was je in onze partij. Jij was onze dirigent en zo keken we naar jou. We vertrouwden je en jouw oordeel werd als evenwichtig en wijs ervaren. Bij moeilijke verschilpunten koos je voor behoedzaamheid. Dat is niét de kool en de geit sparen! Nee, behoedzaamheid om te blijven verbinden. Die eigenschap werd ook duidelijk toen je afscheid nam in de Kamer. Je had politieke tegenstanders, maar op dat moment leek het wel of ze er niet waren. Dat kwam door je bereidheid om de rol van die verbinder bij iedereen te laten zien: vriend en vijand.

Leidinggeven, dirigent zijn heeft ook alles met je persoon, je persoonlijkheid te maken. Je vindt jezelf ‘vrij blijmoedig in het leven staan’, liet je Gerry van der List in Elsevier (EW) optekenen. Ik heb ‘geen vooruitgangsgeloof, maar ook geen achteruitgangsgeloof’, zo lezen we daar. Wat is dat belangrijk, als je die eigenschap hebt mogen ontvangen. Want als het moeilijk wordt, als de muziek helemaal vastloopt, kijken we allemaal naar de dirigent, de leider. Wat nu? Je had op die momenten een groot relativeringsvermogen, zo van: het kan altijd erger. Op een creatieve vindingrijke manier wist je altijd oplossingen te bedenken. Je humor hielp daar ook bij.

Wat die humor betreft: daar zijn treffende voorbeelden van te geven. Eén uit je studententijd wil ik de zaal niet onthouden. Je had voor de studentenvereniging Depositum Custodi, je was toen al in een voorzittersrol, een treinreis voor de groep naar Praag georganiseerd. Het was een internationale nachttrein maar er was vergeten om slaapplaatsen te reserveren. Geen nood. Kees redde de zaak door als eerste naar boven te klimmen om zich met wat kledingstukken in het bagagerek te installeren, om zo toch horizontaal de nacht door te kunnen brengen.

Je was toen al de man van de boeken uit het Reveil, Bilderdijk en Da Costa. Je las Guillaume Groen van Prinsterers boek Ongeloof en Revolutie. Niet wetend hoe zijn gedachtengoed “Tegen de Revolutie het Evangelie” later de manier zou worden hoe jij in de politiek in het leven wilde staan.

Het was niet altijd makkelijk. Soms was je als leider een eenzaam mikpunt in fel medisch-ethische debatten. Dan ervoer je een ijskoude tegenwind. De Bijbelse boodschap stuit immers ten diepste op ongekend fel verzet. Dat wist je, maar toch…

Je kon je ook ergeren. Dat uitte je soms, zoals bij de laatste verkiezingen. Je kon toen meer zeggen, omdat je geen partijleider meer was. “Mensen wisselen tegenwoordig van partij, alsof ze naar de supermarkt gaan.” Dat geldt alle partijen, ook de SGP. Dat gaat je aan je hart.

Toen je gevraagd werd hoe je het 25 jaar kon uithouden, haalde je met veel instemming Groen van Prinsterer aan: “Als je een parlementaire loopbaan ambieert om grote veranderingen te bewerkstelligen en rekent op applaus en bijval, dan weet ik (G.v.P.) niet of je het moet doen. Maar als je staat voor waarin je gelooft en je steentje bij wilt dragen, ga gerust je gang”. “Zo zie ik mijn bescheiden bijdrage”, liet jij Trouw weten.

2.      De muziek die gemaakt wordt

De dirigent bepaalt veelal welke muziek er ten gehore gebracht wordt. Hoe de muziek uitgevoerd wordt, dat hangt óók af van de dirigent. Je kunt je verschillende uitvoeringen voorstellen. Hoe zuiver klinkt het? Het is ook de toon die de muziek maakt.

De SGP-muziek heeft echt een andere basis dan de meeste andere muziek. Als je goed luistert, zitten er grondtonen in die herkenbaar zijn en steeds weer terugkomen. Soms duidelijk, soms in afgeleide zin. Maar je herkent het duidelijk.

Dat komt omdat het SGP-geluid haar hoofdbeginselen heeft in het Woord van God. Het is immers politiek met een geopende Bijbel. Die grondtonen geven aan dat God gediend zou moeten worden, dat dit goed is voor alle mensen. Ze geven aan dat we alle aandacht moeten hebben voor onze medemens. Heel eenvoudig: God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf.

Welnu Kees, jij als dirigent wilde dat dit helder voor iedereen zou doorklinken. Zo moest het. Die bezieling was merkbaar in je leidinggeven.

Vanouds heeft de SGP twee hoofdlijnen in haar bijdrages:

  1. het politieke handwerk van alle dag
  2. het getuigende element

Voor beide onderdelen wilde jij hoge kwaliteit.

  1. Het politieke handwerk

Daar was je bedreven in. Voormalig minister Grapperhuis vatte jouw aanpak samen: “De SGP is een partij waarnaar geluisterd werd en wordt. Constructief meedenkend.”

Dat leverde veel respect op bij je omgeving. Niet voor niets werd aan jou gevraagd om een commissie te gaan leiden die tussen 2018 en 2021 het Reglement van Orde van de Tweede Kamer moest herzien. Die herziening was voor het eerst sinds 1994. Deze Operatie Van der Staaij was een grote onderneming, maar het lukte je en het gaf veel vertrouwen in je omgeving.

In 2021 kreeg je nog zo’n opdracht voor hoe de Tweede Kamer haar werk beter zou kunnen doen. Opnieuw stortte je je weer op deze taak. Je deed het met zichtbaar veel plezier. Kees, je hebt klaarblijkelijk een bijzondere gezagspositie weten te verwerven. Want werken aan een Reglement van Orde van de Tweede Kamer is geen zuiver technisch werkje. Het is tegelijk politiek geladen. Het vereist juridisch maar ook politiek inzicht op hoog niveau. Deze commissie kwam onder andere uit op de formulering van artikel 8, lid 14 dat zegt: “Ieder lid gedraagt zich in de vergadering op een wijze die getuigt van onderling respect, en die geen afbreuk doet aan de waardigheid van de Kamer”. Nogal actueel nietwaar. Jouw oud-docent staatkunde in Leiden, professor J.Th.J. van den Berg vond dit maar een ingewikkelde zin. Hij vond dat er beter had kunnen staan: “Ieder lid gedraagt zich in de Kamer zoals Kees van der Staaij”. Daar zijn wij het natuurlijk roerend mee eens.

Door je constructieve opstelling wist je ook meerderheden te creëren voor wetten die gingen over: aanscherping van de strafbaarstelling op kinderpornografie, betere bescherming van gehandicapten en je niet aflatende ijver voor extra geld voor defensie en NAVO - hoe actueel.

Er is ook een periode in jouw partijleiderschap geweest dat de SGP zich heel dicht bij de macht bevond. Gedoogsteun aan het kabinet-Rutte I. Ook een uiting van je constructief opstellen. Er moest wel wat tegenover staan. Heel creatief ging jij daarmee om, maar minister-president Rutte wist wel dat hij rekening met je moest houden. Je haalde veel binnen of wist een rem op ontwikkelingen te zetten.

Op een cartoon werd je zittend afgebeeld aan een tafel met Mark Rutte. Je was gezellig met hem aan het kwartetten. Jij was aan de beurt: “Mag ik van de christelijke standpunten: bijzonder onderwijs, beperking koopzondagen en het verbod Godslastering?” Mark Rutte moest de drie kaarten geven en jij had een kwartet. Gewonnen.

Maar het was niet alleen het gewone dagelijkse politieke handwerk wat jij altijd goed voorbereidde.

  1. Het getuigende element

Soms kwam ook duidelijk het getuigende element naar voren, met die voor ons zo bekende Bijbelse grondtonen. Dat bleek bij sommige ethische onderwerpen, maar ook bij de Algemene Beschouwingen. Je zat al maanden van tevoren te denken welk schilderij je kon laten zien of welke gedeelten uit de Bijbel je zou gaan gebruiken. Het waren pareltjes van bijdragen! Al was het laat in de avond, als jij naar voren kwam met een schilderij of een ijsvogel, zat iedereen weer recht. Dat zagen we ook bij de eerste bijdrage van Chris Stoffer, je opvolger als partijleider. Toen hij uit Jesaja las, was er aandacht.

Kees, je wilde een originele bijdrage met een verhaal bij het plaatje, met een heldere boodschap.  Ik weet van nabij hoe goed jij dat voorbereidde met je medewerkers. Ieder woord werd gewogen. En dan klonk daar dan de Bijbelse boodschap bijvoorbeeld over de verloren zoon met het prachtige schilderij van Rembrandt: een Vader Die barmhartig Zijn handen uitsteekt naar zijn jongste verloren gewaande zoon. Opzoekende liefde van God de Vader.

Beste partijleden, het is toch een wonder dat dit door middel van onze vertegenwoordigers in de Tweede Kamer, in dit geval Kees van der Staaij, openlijk beleden wordt! Daar is moed voor nodig maar die krijgen onze Kamerleden dan van de Heere. Kees, je mocht dit ook als een ‘móéten’ zien, als een roeping. Dit is de SGP in de kern: politiek vanuit en bij een open Bijbel. Je ging ons daarin voor. Een voorbeeld, ook voor alle partijleden die in het openbaar bestuur werkzaam mogen zijn. Het werd herkend en zeer gewaardeerd door de achterban. Het zorgde voor verbinding.

‘Kees de Zaaier’, zo luidde de titel van de bijdrage van minister-president Rutte in de jubileumbundel. Hij had, geïnspireerd door jouw bijdrages bij de Algemene Beschouwingen, ook gezocht naar een schilderij wat bij jou paste. Het werd een prachtig schilderij van Vincent van Gogh: De Zaaier. Waarom? Ik volg de uitleg van onze demissionair minister-president. “De zaaier op het schilderij straalt liefde uit voor het eerlijke handwerk van de landman. Dat liet Kees zien in zijn politieke werk. Er zit veel licht en kleur in het schilderij, zo gaf Kees ook licht en kleur aan het Nederlandse politieke landschap. Waarom dit schilderij? Natuurlijk ook vanwege de directe associatie met de Bijbelse gelijkenis van de zaaier, een gelijkenis over de verspreiding van Gods Woord.”

Ik ga afronden.

In het al genoemde artikel in Elsevier vertel je ook dat je niet met grote woorden en pretenties hebt willen werken. “Ik zag mezelf meer als een tuinier, die zich met liefde en zorg aan zijn taken wijdt. In de wetenschap dat gewied onkruid over een paar dagen kan terugkomen. Maar de Bijbel leert ons: “Veracht de dag van de kleine dingen niet.” Het is van belang van kleinigheden te genieten en niet te vervallen in zurigheid, omdat je er niet in slaagt heel de wereld te hervormen.

Persoonlijk ben ik jou ook veel dank verschuldigd. Iedere maandagmorgen op de seconde af: om negen uur: Kees van der Staaij aan de lijn. De samenwerking tussen ons was open en oprecht. Er lag niets tussen. We stonden voor dezelfde zaak en wilden die zaak ook dienen vanuit ons hart. Dat was voelbaar en merkbaar.

Voordat ik mijn laatste zinnen uitspreek, nog eerst een korte toespraak naar Marlies en de kinderen Michaël en Camila.

Beste Marlies, je hebt als vrouw van Kees hem altijd ondersteund. Dat deed je meestal op de achtergrond, maar we wisten en voelden het allemaal. Regelmatig vertelde Kees ons hoe hij door jou gesteund en geadviseerd werd. Dat vertelde hij heel transparant. Je kreeg soms het idee: is dit standpunt nu van Kees of van Marlies? Maar het was wel altijd een goed standpunt! We wisten ook dat je veel voor hem bad. Bij moeilijke debatten, een biddende vrouw. Wat een voorrecht. Je hebt een bijzonder belangrijke positie ingenomen, zonder dat je dat zelf misschien besefte. Hartelijk dank daarvoor.

Michaël en Camila, jullie hebben je vader vaak niét gezien. Maar ik weet ook dat jullie helemaal achter hem stonden. Jullie discussies met hem zullen hem opgescherpt hebben. Ik weet dat als hij thuis was - en dat is gelukkig ook veel geweest – hij er helemaal voor jullie was. Dank ook voor jullie steun.

Beste Kees, “ik mag gaan”. Zo waren je woorden in dat RD-artikel. Je mag gaan!

Het slotakkoord heeft geklonken. De dirigent laat zijn armen zakken. We kijken samen nog eens naar de partituur. Het is een stuk van Bach. Die schreef er vaak onder: SDG. Soli Deo Gloria. Het waren ook jouw laatste woorden bij je afscheid in de Tweede Kamer. Korter kan het niet. Dieper kan het niet. Alleen God de eer!

J.S. Bach schreef er soms ook bij: J.J. = Jesu Juva. Jezus help. In die afhankelijkheid te mogen leven tot Gods eer, dat wensen we je ook voor de nieuwe periode in je leven met Marlies en de kinderen toe.

Namens de hele partij veel, heel veel dank voor alles wat je voor de partij hebt mogen doen.

“Ik mag gaan”. Ga met God.